De oorsprong

De oorsprong van het racen met honden ligt in de jacht op wild, uitgevoerd door edelmannen met hun speciale jachthonden. Hierbij hielpen deze jachthonden de jagers bij het opsporen, het doden en het apporteren van het wild.

Het jagen op dieren is van oorsprong natuurlijk een manier om te voorzien in voedsel, huiden en andere dierlijke producten. Langzaamaan is het echter uitgegroeid tot een ware sport genaamd ‘coursing’, veelal beoefend door edellieden en de gegoede burgerij.

Soorten jachthonden

Er zijn speciale drijfhonden, zoals de Basenji, welke het wild opspoort en richting de jager of een net drijft. Dan is er de hondensoort welke bekend staat onder de naam ‘brak’, waarvan het hondenras de Beagle een voorbeeld is. Deze soort drijft het wild op en blijft er net zo lang achteraan rennen tot het uitgeput raakt. Meestal dood een brak het wild, wanneer dit klein genoeg is zelf en hoeft de jager dat niet te doen.

Een hondensoort zoals de Vizsla is dan weer een echte speurhond. Deze sporen het wild heel behoedzaam op waarna ze op afstand stil gaan staan. Op deze manier weet de jager waar het wild zich schuilhoudt.

Hondenrassen zoals de Golden Retriever zijn speciaal gefokt om het aangeschoten wild op te halen voor de jager. Dit wordt apporteren genoemd.

De eerste hondenrenbaan

De eerst bekende poging om te racen met windhonden was op een rechte weg. Deze baan werd aangelegd naast het Welsh Harp-reservoir in Hendon in Engeland. Dit vond plaats in 1876. Helaas bleef de gewenste populariteit voor deze manier van racen uit.

Rond het begin van de 20ste eeuw was het de Amerikaan Patrick Owen die het allereerste idee van het racen met honden opperde. De eerste erkende en commerciële hondenrenbaan werd dan ook onder zijn leiding, in samenwerking met de Blue Star Amusement Company, in 1919 aangelegd in Emeryville in de Amerikaanse staat Californië.

Dit betrof een ovaalvormige baan met een mechanisch lokaas dat voort werd getrokken via een rail. Dit mechanische lokaas moest een humaner alternatief bieden voor het levende aas. Smith had een idealistisch beeld, waarbij het doden van konijnen moest stoppen en het racen met honden gezien zou worden zoals we naar paardenraces keken.